Historische Roman

Wat is een historische roman?

We lezen historische fictie omdat we willen reizen door tijd en ruimte. De wereld van een historische roman kan zeer verschillend zijn van onze eigen wereld, maar heeft echt bestaan. Door het lezen van historische fictie gaan we deel uitmaken van die geschiedenis en kunnen we de verwachtingen, hoop, angsten, passies, fouten en triomfen van de mensen uit die tijd mee beleven.

De literatuurwetenschap is van mening dat een roman pas een historische roman is als de schrijver een afstand in tijd heeft tot de inhoud van het verhaal. Een auteur die een verhaal vertelt dat voor hem of haar tot het recente verleden behoort, valt er niet onder. Max Havelaar, een boek van Multatuli waarin hij de koloniale Indische wereld neerzet, is daarom geen historische roman. Het boek is gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen uit die tijd. Bij een historische roman schrijft de auteur de roman op basis van onderzoek. De schrijver probeert die tijd vast te leggen met realistische details die kloppen met de historische feiten.

In een historische roman dompelt de schrijver zich onder in het verleden. Het is van belang dat hij het leven in die tijd goed neerzet. Alles moet kloppen. Er is dan ook gedegen onderzoek nodig om alles goed te kunnen weergeven. Van al die informatie uit zijn onderzoek kan de schrijver slechts een klein deel gebruiken. Het grootste gedeelte blijft voor de lezer ongezien.

Bij het schrijven van een historische roman is de grootste uitdaging een goede balans te vinden tussen de spanning in het verhaal en de historische details. Een schrijver van historische fictie moet oppassen niet te veel informatie in zijn tekst te verwerken. Hij wil zijn lezers genoeg meegeven van de historische omgeving, zonder dat dit de lezers uit het verhaal trekt.

Feit en fictie in historische romans

Vaak gaat een historische roman over een fictief persoon te midden van een historische gebeurtenis. Uiteraard kan het ook gaan over het feitelijke leven van een historisch persoon. En in sommige boeken zijn historische feiten niet meer dan een aanleiding tot een verhaal waarin de verbeelding belangrijker is dan de historische werkelijkheid. Hoever mag een schrijver daar eigenlijk in gaan?  Voor elke schrijver en voor elke lezer zal dat verschillend zijn. Persoonlijke smaak en interpretatie spelen altijd een rol.

Soms verhoogt de schrijver de dramatische waarde van historische fictie door feiten af te zwakken of te veranderen. Maar als de fantasie te zeer afwijkt van de historische feiten, gaat dit wringen. Toch accepteren over het algemeen lezers dat een schrijver historische gebeurtenissen wat laat afwijken van de feitelijke gebeurtenissen, om bijvoorbeeld het verhaal compacter te maken of spanning op te voeren. 

Ook Esther Teunissen, schrijver van Duimkruid, worstelde met de vraag hoe ver ze kon gaan in het aanpassen van de geschiedenis. Ze stuitte op een waargebeurd verhaal over een herbergiersdochter die leefde begin zestiende eeuw. Catharina de Chasseur was een herbergiersdochter uit Orleans en werd de echtgenote van een Haagse edelman. De edelman kreeg echter spijt van zijn huwelijkse belofte. Zij spande een rechtszaak tegen hem aan die zij won. Een aantal jaren later raakte ze betrokken bij valsemunterij. Haar man was inmiddels voorzitter van het Hof van Holland geworden. Ze werd veroordeeld door datzelfde Hof van Holland veroordeeld en kreeg de doodstraf. Een interessant verhaal, toch lukte het de schrijver niet om het verhaal over Catharina de Chasseur tot een roman te verwerken. 

Dat kwam doordat de fantasie met haar op de loop ging. Het voelde voor haar als geschiedvervalsing om een historisch persoon te nemen en vervolgens af te wijken van haar levensloop. Bij het uiteindelijke boek, Duimkruid, heeft ze daarom de personages grotendeels verzonnen. Hoewel Duimkruid is bedacht, weerspiegelt het verhaal zo getrouw mogelijk de werkelijkheid in 1525/1526. Desondanks heeft ze voor de begrijpelijkheid van het verhaal een paar concessies gedaan of omdat het verhaal erom vroeg. 

Zo werd de eerste ketter in de Nederlanden niet onthoofd op 21 november 1525, zoals in Duimkruid staat, maar kwam hij twee maanden daarvoor op de brandstapel terecht. Zo heeft herberg De Apendans wel bestaan, maar in een andere tijd en op een andere plek in Den Haag. Zo kijkt in het verhaal de hoofdpersoon, Hadewych Dolckx, in 1525 naar een gebrandschilderde raam in de Grote Kerk, maar werden de gebrandschilderde ramen pas in 1540 geplaatst. 

Historische romans in Nederland

Hoewel het historische genre in het buitenland bekender en groter is dan in Nederland, worden historische romans in Nederland ook graag gelezen. Opvallend is dat er de nodige romans zijn die zich afspelen in Nederland, maar zijn geschreven door buitenlandse auteurs. Inmiddels zijn er ook steeds meer Nederlandse schrijvers die zich wagen aan het verleden van de Lage Landen. Daarbij beperken de schrijvers zich niet tot een bepaalde periode. Toch komen vooral de Gouden Eeuw en de Tweede Wereldoorlog regelmatig terug in boeken. 

Relatief veel historische boeken van Nederlandse schrijvers lijken nog te vaak op een veredeld kostuumdrama waarin karakters verkleed rond paraderen in een tijd waarin ze niet goed passen. De beste historische romans zijn de romans die ons begrip over het verleden bijbrengen, gekoppeld aan een goed geschreven verhaal. De waarnemingen van de hoofdrolspelers moeten zo zijn beschreven dat de lezer het zich kan inbeelden en emoties kan meevoelen. 

Dat is bijvoorbeeld het geval bij Sonny Boy van Annejet van der Zijl. Een biografisch verhaal en tegelijkertijd een historische roman over de lotgevallen van een echtpaar in de Tweede Wereldoorlog. Een ander voorbeeld is Kruistocht in Spijkerbroek van Thea Beckman, een verhaal over een kinderkruistocht. Of bijvoorbeeld De zwarte

met het witte hart van Arthur Japin. Een lijvige historische roman gebaseerd op feiten en documenten. Japin schrijft over twee Afrikaanse prinsen, die gedwongen werden de Goudkust te verruilen voor het koude Holland. Op tienjarige leeftijd werden zij geschonken aan koning Willem I. 

Alle drie die boeken kregen goed recensies. Dat geldt ook voor Duimkruid van Esther Teunissen. Een verhaal dat is gesitueerd in een springlevend decor, dat je onderdompelt in het Holland van de vroege zestiende eeuw. De Telegraaf schreef over Duimkruid: “Haar beschrijvingen van het 16e-eeuwse Den Haag zijn geweldig: je ruikt het, je voelt het, je hoort het. Haar karaktertekeningen overtuigen evenzeer.”

Historische Roman

Uitgever Ambo | Anthos heeft zich gewaagd aan een historische-romanreeks met daarin belicht de belangrijkste periodes uit de Nederlandse geschiedenis. Met elk historisch fictieboek leren lezers iets meer over het verleden en verbreden hun begrip van geschiedenis, politiek, cultuur en de menselijke ervaring. Afhankelijk van de schrijver en het thema komt dat in de romanreeks bij Ambo I Anthos soms wel en soms niet goed uit de verf. 

Historische romans in het buitenland

Achthonderd jaar voor Christus schreef Homerus al historische fictie. Zijn verhaal gaat over de Trojaanse oorlog, getiteld de Ilias. Waarschijnlijk heeft Homerus zijn verhaal uit mythes en sages. De Trojaanse Oorlog zou hebben plaatsgevonden in de 12e of 13e eeuw voor Christus, niemand die het zeker weet.

De historische roman nam pas een hoge vlucht in de tijd van de Romantiek, toen de Schotse auteur Sir Walter Scott bekend werd in heel Europa met zijn historische roman Waverley (1814). Hij was voor veel auteurs een voorbeeld. Sindsdien zijn er historische romans in allerlei soorten en maten verschenen. 

Naast het werk van Walter Scott vindt de historische fictie zijn wortels in de negentiende eeuwse werken van bijvoorbeeld de Amerikaan James Fenimore Cooper (De laatste der Mohikanen), de Rus Leo Tolstoy (oorlog en vrede) en de Fransmannen Victor Hugo (De klokkenluider van de Notre Dame) en Alexandre Dumas (De drie musketiers).

De historische romans uit de negentiende eeuw speelden een belangrijke rol in de stijgende publieke belangstelling in Europa voor geschiedenis. Waverley wekte bijvoorbeeld wakkerde belangstelling aan voor de Schotse geschiedenis en De klokkenluider van de Notre Dame droeg bij aan het behoud van de Gotische architectuur in Frankrijk. Toch zal het lezen van werk van deze schrijvers niet altijd de hedendaagse lezers aanspreken. Ze maken gebruik van ouderwetse taal en uitvoerige beschrijvingen. 

In de twintigste en eenentwintigste eeuw zijn vele historische romans geschreven. Onderstaand een aantal iconische voorbeelden.

  • Als je het licht niet kunt zien (Anthony Doerr), een hartverscheurend verhaal dat zich afspeelt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij won daarmee de Pulitzerprijs van 2015.
  • The Twentieth Wife (Indu Sundaresan), een verhaal over een controversiële keizerin in India in het zestiende eeuwse Mughal Rijk.
  • De zusjes Boleyn (Philippa Gregory), een verhaal over het leven van Maria Boleyn en haar rol bij de scheiding van het huwelijk van Hendrik VIII van Engeland.
  • Wolf Hall (Hilary Mantel), Het verhaal speelt zich af van 1500 tot 1535 en beschrijft de snelle groei van de macht van Thomas Cromwell aan het hof van Hendrik VIII, tot aan de terechtstelling van Thomas more. winnaar Man Booker Prize 2009.
  • De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet (David Mitchell), een liefdesverhaal tussen een Nederlandse klerk van de VOC en een gehandicapte Japanse vroedvrouw.
  • De gifhouten bijbel (Barbara Kingsolver), een blanke Amerikaanse familie vertrekt in 1959 naar Belgisch Congo waar de vader op een zendingspost gaat werken. Het verhaal van hun verblijf wordt verteld vanuit het perspectief van de vier dochters en de moeder.

Uiteraard zijn er nog veel meer prachtige historische romans. Zie bijvoorbeeld onderstaande website voor 50 ‘mustreads‘.

https://www.abebooks.com/books/features/50-essential-historical-fiction-books.shtml 

Koop het boek Duimkruid